Ga naar de inhoud
Nieuws

Koudeopslag brengt rust in het kasklimaat

Geschreven door: Roger Vos
19 Mei 2026
De silo wordt afgedekt met een speciaal isolerend drijfdek.

In de glastuinbouw verschuift de vraag langzaam maar zeker. Waar het lange tijd draaide om capaciteit – meer warmte, meer vermogen, meer techniek – komt de nadruk steeds meer te liggen op sturing. Niet wat je kunt installeren, maar hoe je omgaat met pieken en dalen in vraag en aanbod. Voor Genap was dat enkele jaren geleden aanleiding om te starten met de ontwikkeling van geïsoleerde koude- en warmteopslagsystemen, waarmee energie in de vorm van water op temperatuur kan worden gebufferd.

Die ontwikkeling komt samen bij een project in Zeeland, waar Genap betrokken is bij de realisatie van een koudebuffer in een bestaande kas. Het vertrekpunt lag bij Harvest House,  dat samen met CombiCoop werkt aan manieren om te verduurzamen zonder de praktijk uit het oog te verliezen. De ambitie was helder: het gasverbruik halveren, het CO₂-verbruik terugdringen en tegelijkertijd de productie verhogen. Maar minstens zo belangrijk was de randvoorwaarde die daarbij werd gesteld: het moest werken in een kas zoals die er al staan. “De huidige kassen zijn eigenlijk al heel efficiënt,” zegt Arjan Flikweert van CombiCoop. “Dus het had weinig zin om iets compleet nieuws te ontwerpen. De vraag was vooral: wat kunnen we verbeteren zonder opnieuw te beginnen?”

Van gesloten kas naar nieuwe uitdaging

Die vraag leidde tot een fundamentele keuze in de manier van telen. Door de kas zoveel mogelijk gesloten te houden, blijft CO₂ beter behouden en voorkom je dat warmte onnodig verloren gaat. Op papier is dat een logische stap, maar in de praktijk ontstaat er direct een nieuw probleem. “Als je alles dicht houdt, loopt het vocht te hoog op,” legt Flikweert uit. “En zeker in de winter wordt dat een beperkende factor. Je moet het vocht dan actief kunnen verlagen.”

Daarmee verschuift de uitdaging. Niet langer alleen energie vasthouden, maar het klimaat beheersbaar houden binnen een gesloten systeem. Ontvochtigen wordt essentieel, en daarvoor is koude nodig. Die koude kan met een warmtepomp worden geproduceerd, maar daarmee is het probleem nog niet opgelost. “De vraag naar koude varieert continu,” zegt hij. “Het ene moment heb je veel nodig, het andere moment bijna niks. Als je daar direct op wilt reageren, krijg je een relatief grote en dure installatie die constant op- en afschakelt. Dat is niet efficiënt en ook niet stabiel.” In die constatering zit een belangrijk inzicht: het probleem zit niet in het vermogen, maar in het moment waarop de energie beschikbaar moet zijn.

Koude opslaan in plaats van produceren op het moment zelf

Vanuit dat besef ontstond het idee om vraag en aanbod van koude los te koppelen. Niet alleen produceren wanneer het nodig is, maar tijdelijk opslaan. Daarmee veranderde de vraag van ‘hoe maken we koude?’ naar ‘hoe gaan we ermee om?’ Op dat punt kwam ook de oplossing met geïsoleerde silo’s van Genap in beeld. “Toen viel het eigenlijk vrij snel op z’n plek,” zegt Flikweert. “We hadden het over een buffer en toen bleek dat die oplossing er al was. Dan is het vervolgens een kwestie van het goed inpassen in je systeem.”

De silo’s functioneren als opslag voor koud water, maar hun kracht zit in de manier waarop die opslag plaatsvindt. Door het water rustig in te brengen ontstaat een gelaagdheid, waarbij koud en warmer water zich van elkaar scheiden. “Onderin zit het koude water, bovenin warmer,” legt hij uit. “En dat blijft netjes gescheiden, omdat je het niet mengt. Daardoor kun je heel gericht gebruikmaken van wat je nodig hebt.” Die eigenschap maakt het mogelijk om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. De warmtepomp hoeft niet meer continu te reageren op pieken in de vraag, maar kan constanter draaien terwijl de buffer de verschillen opvangt. “Zonder buffer ga je continu aan en uit,” zegt Flikweert. “Met een buffer bouw je rust in je installatie.”

Eerste resultaten en de praktijk van sturen

Inmiddels heeft het systeem een eerste winter en voorjaar doorlopen, en dat geeft voldoende basis om de balans op te maken. “Het werkt,” zegt Flikweert nuchter. “We hebben de doelstellingen gehaald. Minder gas en minder CO₂ verbruik. Maar je moet wel eerlijk blijven: dat is het resultaat van het hele systeem. Niet van één onderdeel.” Tegelijkertijd is duidelijk dat de installatie nog niet ‘af’ is. Het systeem biedt veel regelmogelijkheden, maar je hebt een volledig jaar nodig om die goed te doorgronden en optimaal in te zetten.

"De grootste winst zit niet in méér techniek, maar in het slimmer inzetten ervan."

Arjan Flikweert, CombiCoop

Van oplossing naar systeem

Met die ervaringen verschuift de focus nu langzaam van realiseren naar verfijnen. Niet door het systeem opnieuw te ontwerpen, maar door beter gebruik te maken van wat er al is. Zo wordt gekeken naar het nog slimmer inzetten van buitenlucht als aanvullende koudebron en naar de mogelijkheid om ook eventueel warmte op te slaan. “Die warmtepomp maakt natuurlijk twee dingen,” zegt Flikweert. “Koude én warmte. En die warmte gebruiken we niet altijd.

Een logische vervolgstap is het toepassen van een vergelijkbare buffer aan de warme kant van het systeem, bijvoorbeeld in de vorm van een extra geïsoleerde silo voor warmteopslag. Daarmee zou ook de geproduceerde warmte tijdelijk opgeslagen en later benut kunnen worden.

Daarmee ontwikkelt het project zich verder van een oplossing voor één probleem naar een breder energiesysteem waarin meerdere stromen samenkomen.

Wat in Zeeland staat, is daarmee geen eindbeeld van de kas van de toekomst, maar een werkend tussenstation. Een systeem dat laat zien dat de grootste winst niet zit in méér techniek, maar in het slimmer inzetten ervan zodat je vooruit kunt sturen in plaats van achteraf te corrigeren.

Roger Vos
Neem contact op
Roger Vos
Sales Manager Tuinbouw Benelux